RIEKSTER

dromen maar niet slapen

 

Human februari 28, 2009

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 10:06


The Killers

 
 

Volle mond februari 26, 2009

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 12:55

Het is woensdag en we voelen ons vrij.
Om te doen en te laten wat we willen, dus dat doen we. Koffies met glaasjes water buiten de deur. En lekkere koekjes. Tosti’s en een muziekje van Sade. Eten en drinken, onze laptops blijven in de tas.
Terwijl we in onze stoel hangen gaat er achter mij een stelletje aan de hoge tafel zitten. De blonde dame nestelt zich op een kruk. Het is niet krap maar toch wurmt ze zich met haar achterste in mijn nek.
Haar kruk duwt tegen mijn stoel. Ik wip even op, zij laat het zo.
Ik adem een keer diep in, zucht, kijk boos naar haar rug.
Ik houd mijn mond. Wij schuiven onze setting een beetje van haar weg. Vrij voelen kunnen we ons ook wel dertig centimeter verderop.
Maar met haar landjepik, grijpt ze steeds meer van mijn ruimte. Ze kijkt niet verder om zich heen.
Het is niet haar probleem, maar ze maakt het wel de mijne.
Recht hebben is niet altijd recht krijgen.
In stilte slik ik haar arrogantie. En vervloek ik haar woordenloze reet.

 
 

Achteraan

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 12:54

‘Je moet je best doen.’
Ze keek me aan alsof ik mijn schouders er niet onder zette.
‘Echt.’
Ik hield wijselijk mijn mond. Voor het eerst. Sinds eeuwen. Had ik jaren eerder kunnen doen.
‘Jenny don’t be hasty.’ Zei ze.
Iemand heeft mij ooit verteld dat geduld hebben hoort bij volwassenheid.
Ik heb geen geduld.
Nog geen seconde.
Als ik het weet, dan wil ik het nu.
We zaten in café We gaan Beginnen.
Toch vreemd.

 
 

Polonaise in de loopgraven februari 23, 2009

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 11:13

Dat je mensen niet te lang in een hok bij elkaar moet houden, bleek wel toen ik de polonaise inzette in een van de Vlaamse loopgraven.
Die van de Eerste Wereldoorlog.
Dat is normaal gesproken niets voor mij.
2 Dagen al hadden we doorgebracht in een uit de klauwen gegroeide blokhut om te vergaderen en informeel te borrelen. Die vergaderingen duurden kort, en de informele borrels eindigden in een langdurig stilzwijgen. Vijftien mensen die wachten op iemand die iets wist om over te praten.
Na twee uur de boel aan de gang te hebben gehouden was ik wel uitgekakt.
De rest was dat stadium al jaren eerder gepasseerd.
Uitgekakt.
Toen na een ellenlange periode naar volle glazen staren iedereen nog veel meer dan uitgekakt was, bleek het zonder aankondiging tijd voor een spontaan ingelast uitje.
Een uitje naar de loopgraven.
Alwaar ik in de frisse buitenlucht van schrik zonder pardon mijn armen hief, mijn polsen kromde en met mijn gefronste gezicht achter mijn voorganger aansloot, die spontaan met zijn armen begon te wapperen en te zwaaien.
Ondertussen werden wij van links onder nepvuur genomen.
En in die Vlaamse loopgraven realiseerden wij ons,
je gaat er gek van doen.
Te gek.
Je moet de mensen opsluiting besparen.

 
 

In zichzelf parkeren

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 10:25

‘Ik kan net zo goed bier gaan drinken in het dorp. Ik verkoop toch nooit wat.’
De verkoper van de daklozenkrant keek moedeloos om zich heen. Een Duitse vrouw probeerde haar auto achteruit in te parkeren. In zichzelf loodste hij haar achteruit op haar plek.
Ze luisterde niet.
Ze parkeerde scheef.
En hij stond niet in een dorp, maar in een stad.

 
 

Draaiorgels en draaiorgels februari 16, 2009

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 10:48

Het niveau was onder de maat en dat kwam niet in de laatste plaats door de draaiorgels in de stad.
Helaas moesten wij bij de telefoonwinkels zijn, en konden we noch om de eerste, noch om de tweede ellendeling heen. En dus trotseerden we de tonen, terwijl we ondertussen hoopten dat de hele boel ter plekke in duigen zou vallen.
Draaiorgels in de stad. Ik kan me geen zaterdag herinneren dat er geen stond. Ze zijn er altijd. En overal. Ik kan me niet voorstellen dat ik als kind aandachtig naar de poppen of het aapje heb staan staren, zoals je dat weleens ziet. En ik weet zeker dat ik het nooit leuk vond om een kwartje in het blik te doen. Of een gulden. Mijn oma was wat guller.
Die lelijke tonen in de stad waar niemand op zit te wachten.
Het went met de tijd.
Het went, maar het wordt er niet mooier van.
Het went dat ze er staan.
Het wordt niet beter.
En ook niet minder erg.
Je wordt slechts minder bang.
En er komt alleen maar een dag dat je er grappen over maakt.

 
 

Kussensloop februari 13, 2009

Hoort bij: Algemeen, Lovedoctor — Riekster @ 09:54

De Lovedoctor mailt:
You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

 
 

Poppenkast februari 12, 2009

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 09:06

Coldplay – Life in Technicolor 11

 
 

De Lovedoctor glimlacht

Hoort bij: Algemeen, Lovedoctor — Riekster @ 09:05

De lovedoctor is ziek maar grijnst desalniettemin tevreden vanuit haar kussen.
Op de bank, met haar dekbed.
De tekst op de sloop waar ze met haar hoofd op ligt, is via Skype moeilijk te lezen. Maar ik twijfel er niet aan dat het iets romantisch is.
Een lieve tekst.
Ze heeft waterige ogen en toch een beetje pret.
Verliefd met griep,
weet ze
tevree
toch een glimlach op haar smalle snoetje te toveren.

 
 

Klusjesman februari 5, 2009

Hoort bij: Algemeen — Riekster @ 13:58

Het bekende snoepje van de onbekende man dat ik nooit aan mocht nemen, zit nog vers in mijn geheugen.
Ik zou niet weten hoe vaak mijn moeder het me heeft ingeprent, maar zeker is dat er geen twijfel over mocht bestaan dat ik me bewust was van de verwachtingen die ik zou scheppen tegenover een vreemde man. En de toezeggingen die ik zou doen met het aannemen van een lekkernij die nooit voor niets was.
Een zuurtje.
Zo heb ik het altijd voor ogen gehad. Een engerd met een zuurtje en een lange bruine jas. Nooit een vriendelijke North Face -jack meneer met een Chocotof of een Kitkat. Dat soort mannen doet dat niet.
Ook de klusjesman kon geen kwaad. Die deed gewoon wat hij moest doen; belde aan, kwam binnen, repareerde lachend de dingen, en dan ging hij weer. Niets om bang voor te zijn.
Maar die onbekende man op de straat, daar moest je voor oppassen. Zei mijn moeder. Met zijn snoepje, zijn uitgestoken hand, of zijn rare verhaal waarmee hij net de plank missloeg. En zeker in de buurt van het plein, of als hij in een auto zat.
Eigenlijk zat hij overal.
Overal was gevaar.
Toch heb ik als tienjarig kind eens een middag in de kelder van de pastoor doorgebracht. Drie uur blaadjes rapen voor het kerkboekje. De beloning was een Mars, en daarvoor liep ik de hele middag met vier vriendjes rondjes om een met papier beladen tafel.
Toen waren pastoors nog te vertrouwen, en dat vond mijn moeder blijkbaar ook, want ze had er geen enkel probleem mee dat ik me een hele middag in de kelder van de pastoor bevond. Achteraf vreemd, want mijn moeder was nog nooit in de kelder van de pastoor geweest. Dat weet ik zeker. Achteraf vraag ik me ook af of die hulp wel echt zijn hulp was. Ze kon in ieder geval goed cake snijden, en daar deed ik het dan ook voor. En natuurlijk die Mars.
Maar kleine meisjes worden gelukkig ouder, en met mijn moeders wijze advies ben ik mijn jeugd ongeschonden doorgekomen.
Helaas niet zonder wantrouwen.
Tegenwoordig denk ik dat de man bij de kassa er altijd op uit zal zijn om mijn boodschappen te jatten. Elke flirt van mijn partner leidt tot overspel, en iedere kans die een ander krijgt om mij een loer te draaien, zal hij grijpen. Een mens wordt ten alle tijden bedreigd.
Lever je nooit uit aan een vreemde. Ik ben er mee grootgebracht dat dat niet kan.
Ze grijpen je.
Behalve dan de klusjesman.