Mens januari 26, 2009
Hij trok de ene lap over de andere heen.
Hij deed zijn kleren aan.
Hij stopte een staaf in zijn mond met smurrie erop
en hij poetste zijn tanden.
Nog een lap, en wat stukken stof.
Klaar was hij. Om naar buiten te gaan.
In de lucht knisperde de sneeuw.
Zijn voeten bleven er achter.
Zijn hoofd ving een straal,
het zonlicht viel op zijn kop.
Braaf bleef hij voor een poppetje
met een groen lampje staan.
Toen hij rood werd
wandelde hij van stenen naar stenen
over een straat
met machines erop.
Daar hield het op.
