Parachute springen juni 29, 2008
De tijd ging voorbij.
Maar het was toch al te laat
dus kon hij net zo goed doorgaan.
Alleen zichzelf wat te verwijten.
Geen ander
die zijn weg zou inslaan.
De tijd ging voorbij.
Maar het was toch al te laat
dus kon hij net zo goed doorgaan.
Alleen zichzelf wat te verwijten.
Geen ander
die zijn weg zou inslaan.
Hij telde schapen om te kunnen slapen.
Hij draaide in een molen rond.
Dacht aan zijn kussen,
schone lakens,
een oude liefde die een nieuwe vond.
Hij zag in het donker de dag naderen
en de sterren gaan
verder
de wereld rond.
De rat at een stukje van de muur.
De muur was van een huis
en het huis van een mens.
Hij vroeg zich niets af.
Niet of hij ziek werd,
of
of het vies was.
Hij at
en at
zette een stap,
tuimelde de trap af
en toen hij op de grond zijn nek brak
was er een ander die hem opvrat.
Ze dachten allemaal dat het straks wel beter werd.
Dat het een kwestie van tijd was.
Vroeger.
Genoeg om over te praten.
De herrie liet ze de stilte vergeten.
De klok die ze alleen de toekomst gaf.
Ze dachten aan later.
Bush – Letting the cables sleep
“En het mooiste geluksmoment, dat was misschien wel gewoon vanmorgen.”
(Floortje Dessing in: 3 Op Reis)
Hoe ver je gaat
Heeft met afstand niets te maken
Hoogstens met de tijd
En ik weet niet hoe het komt
Dat ik weg wil
Maar het treft me hard en zuiver
En het houdt hardnekkig stand
Dus hier sta ik
Met een uitgestoken hand
Lief, ga dan mee
Omarm me
Omarm me, omarm me
Lief, ga dan mee
Omarm me
Omarm me, omarm me
En breng me nergens heen
Hoe diep je gaat
Heeft met denken niets te maken
Hoogstens met een wil
En het voelt alsof ik weet
Waar ik heenga
Het leidt me in het donker
En het spot met mijn verstand
Hier sta ik
Met mijn uitgestoken hand
Lief, ga dan mee
Omarm me
Omarm me, omarm me
Lief, ga dan mee
Omarm me
Omarm me, omarm me
En breng me nergens heen
Lief, ga dan mee
Omarm mijn lijf en leden
Omarm mijn waanideeën
Omarm me, omarm me
Lief, ga dan mee
Omarm heel mijn verleden
Omarm mijn zeven zeeën
Omarm me, omarm me
En breng me nergens heen
Hoe recht je staat
Heeft met zwaarte niets te maken
Hoogstens met de wind
Bløf – Omarm
Hij at aan tafel zonder televisie of muziek. Alleen.
Aan de muur hing een schilderij. Hij kon ernaar blijven kijken.
Met een kwast had iemand er verf op neergestreken.
Het bladderde
iedere dag zijn eigen verhaal
zonder dat hij ooit de betekenis zou begrijpen.
Hij werd steeds kleiner.
Hij was een kluizenaar die in de werkelijkheid verdween.
Hij liep door de stad, onder wolkenkrabbers en over metrolijnen,
tussen asfalt en perrons.
Vertrekkende treinen en mensen die op de klok kijken
en geld verdienen aan tijd en afstand.
Hij droomde,
daar waar de stranden witter
en de bomen groener zijn.
Bakens waar hij best omheen kon.
Linksom of rechtsom.
Rechtdoor of met bochten.
Hij zag dat hij steeds dichterbij kwam.
Groene bomen,
wit zand.
Hij wist alleen niet
welk eiland.