Koninginnenacht april 29, 2008
Is het weer zo’n dag, zit mijn blonde stapgod in New York. Bah.
Anyway.
Carl Douglas snapte het al in 1974. Bier.
Die ‘uit je dip tips’ zijn zo slecht nog niet.
Bier!
Is het weer zo’n dag, zit mijn blonde stapgod in New York. Bah.
Anyway.
Carl Douglas snapte het al in 1974. Bier.
Die ‘uit je dip tips’ zijn zo slecht nog niet.
Bier!
Het kleine meisje kon de berg niet op. Haar benen waren te kort, waardoor ze in het dal moest blijven. Daar renden meer achterblijvers rond, alle mensen met korte benen.
Of de langen die weer naar beneden waren gegleden.
Het grote meisje kon het wel. Ze wist niet precies hoe het moest en af en toe ging ze eens op haar smoel, maar langzaam wandelde ze tegen de berg op.
Je werd er wel moe van. Maar toch.
Toen ze er bovenop zat, keek ze naar het dal. Ze staarde naar de run-arounds, in de weilanden en bij het meer. De zwemmer verzoop zoals hij was gewend. Een huis stortte in, en de klusser bouwde het weer op. Voor de tiende keer. Niemand lette op elkaar.
De lijntjes knapten waar ze begonnen.
Het grote meisje staarde.
Allemaal mensen met korte benen.
Dat beloofde een mooie toekomst samen.
Want als ze groter waren,
bleef de helft ook nog beneden.
Ooit kende ik een jongen die alle boeken van Hermann Hesse spaarde. Maar dan alleen die bepaalde, van die ene uitgeverij. Ze waren moeilijk te vinden, en hij moest er nog twee.
Op een dag was hij jarig.
Zijn beste vriend kwam met twee cadeaus. Hij mocht kiezen.
Het had zijn verzameling compleet gemaakt. Maar dan was de lol eraf. Eentje mocht hij kiezen. En dat maakte het cadeau het dubbele waard.
‘Je belt me tijdens America’s next top model!’
Ho ho…Het is altijd nog ‘Holland’s’ he.
‘Riekster, die gamba’s zijn al twee kaarten van de kaart.’
‘Ik heb een secreet ontmoet.’
‘Pardon?’
‘Echt. Hartstikke secreet.’
Ze kijkt me trots aan, alsof ze nog moeilijk te vinden zijn, heden ten dagen.
‘Een secreet. Dat die nog bestaan.’
‘Niets he, geen belletje, geen lampje, geen kwartje, geen haar op haar hoofd. Terwijl ik zeker weet dat ze wel gingen rinkelen en vielen enzo. Maar iets doen, ho maar.’
Er fietst iemand voorbij. Hij zwaait naar het raam. Hij ziet niet waar we zitten. Ik heb geen idee wat ik aan het doen ben, maar hallloo allemaal!
De slaapzak is op de grond gevallen. Hij hing voor het raam als een gordijn. Die dingen deden het niet. In de winter ging het wel, maar in de zomer lag je de hele dag op Lowlands. Voor je gevoel.
De buurman draait Blof en doet alsof het voorjaar is. Ik kan me niet herinneren of Blof ooit op Lowlands was. Het is de vriendelijke versie, en de barbeque is toegestaan.
Amos Lee lijkt in de tuin te staan en nu mijn raam weer open kan, word ik denk ik nog eens vrienden met mijn buurman. Het lijkt me een goede buurman.
De telefoon gaat. Ik loop naar mijn raam en doe het geluid een beetje dicht.
Het gaat over kussens en lakens sparen, lange nachten en korte dagen. Trouwerijen voorbereiden. Blof laat het licht aan. De barbeque doet het.
De zomer ademt.
Amos Lee – Keep it loose, keep it tight
In 27 jaar kan een hoop gebeuren. Heus. Geloof me.
In 1 seconde ook.
In slaap vallen,
of wakker worden,
een moment
dat je kiest,
een nacht
die dag wordt
van de grond
naar hoog en droog.
Terug.
Een zet
die een stap wordt.
Een hart
dat je verliest
in een knipoog.