Ik weet nog goed hoe de schuur in de tuin bij ons oude huis, aan het spoor in het kleine dorp, eruitzag. Rechts van de groentetuin stond hij, klein maar groot genoeg om in te lopen, van hout, fijn. We hadden er ooit kuikentjes onder een lamp, en de schommels lagen er in de winter op de plank.
Achterin de tuin was een hek, een pad en vervolgens bos. Nu ik erover nadenk vermoed ik dat dat bos in werkelijkheid misschien maar een heuveltje met wat struiken was. Er stond ook een paard en we wandelden er vaak. Ik woonde er tot mijn zevende en ik weet het nog goed. Het was in het jaar dat de hond mijn verjaardagstaart opat.
Het is jaren geleden, maar zit nog vers in het geheugen.
Maar terwijl ik mijmer over vroeger en hoe het toen allemaal was, heb ik geen idee meer wat ik afgelopen week allemaal heb gegeten. De dertig-seconden-regel noemen ze dat.
Alles wat je niet meteen opslaat, ben je na dertig seconden alweer vergeten.
Deleten van kort naar lang geleden.
Zit je het ene moment je best te doen om de dingen juist wel te blijven weten, als het er eenmaal ongevraagd zit, kom je er nooit meer vanaf.